Regels

Sinds begin februari doe ik mee aan een blogchallenge. Schrijven vind ik leuk en ik denk dat een blog een goede (eerste) methode is om een groot publiek kennis te laten maken met de rijkdom aan culturen in de wereld. En aangezien ik mij hoofdzakelijk richt op moeders, hoop ik dat op deze manier ook kinderen geïnformeerd worden, of moeders geïnspireerd worden om hun kinderen te informeren over de wereld en dan vooral de mensen op onze wereld.

Maar een ervaren blogschrijver ben ik allerminst en dus helpt die challenge mij op weg. En nu is de opdracht een blog te schrijven over regels.

De regels waar ik meteen aan moest denken zijn de al dan niet ongeschreven regels die er kennelijk zijn voor het schrijven van kinderboeken. Natuurlijk moet je je taalgebruik bij een verhaal voor kinderen aanpassen aan de leeftijd van het kind. Ingewikkelde bijzinnen of gecompliceerde verhaallijnen zijn niet handig om te gebruiken. Maar er zijn ook (on)geschreven regels in het gebruik van (wat volwassenen rekenen tot) “moeilijke” woorden. 

Dat merkte ik toen ik mijn eerste Tenzin verhaal “Tenzin viert feest” aanbood aan verschillende lezers en uitgeverijen. De voornaamste kritiek die ik kreeg was dat het onderwerp (een Tibetaans jongetje dat opgroeit in een Boeddhistisch klooster en daar een avontuur beleeft) te ingewikkeld zou zijn voor jonge kinderen. Ik richt me met het boek op kinderen in de leeftijd vanaf 3 jaar. Even voor jouw beeld, voor het geval je het boek nog niet (voor)gelezen hebt, het is echt een allersimpelst, grappig verhaal over een jongetje (dat toevallig Tibetaans en monnik is), dat samen met zijn neefje in het boeddhistische klooster tijdens een feestdag ontdekt dat zijn leraar stiekem koekjes eet (en daarom een dribbelbuik heeft) en leert dat het beter is om samen te delen. 

Het is de bedoeling dat kinderen met dit boekje iets leren over het Boeddhisme (vernoemd naar de Boeddha, een wijs man die leerde dat je braaf en aardig moest zijn tegen anderen) en over het klooster (de plek waar Tenzin woont). Maar oh jee… dat zijn natuurlijk wel heel erg ingewikkelde woorden voor een kind van 3 of ouder (lees met cynische ondertoon).

NEE! Dat zijn geen ingewikkelde woorden. Volwassenen vinden het ingewikkelde woorden. Omdat volwassenen (die van die regeltjes) er allemaal associaties mee hebben gebaseerd op geschiedenis, (foutieve, of gebrek aan) kennis, ervaring etcetera. 

Op de school van mijn kinderen leren de kinderen de 7 gewoonten van persoonlijk leiderschap,  gebaseerd op de 7 eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen Covey. Een van de gewoonten is “synergie”. Ik denk dat als je aan een gemiddelde volwassene vraagt om even het begrip “synergie” uit te leggen dat hij of zij daar echt even over moet nadenken. Voor onze kinderen is dit vanaf dag 1 in groep 1 een bekend begrip dat zij zonder moeite en met voorbeelden kunnen uitleggen. Sterker nog, ze kunnen je ook nog uitleggen wat je er aan hebt. Dat gaat dus prima.

En zo is het ook met het verhaal over Tenzin. Als je een kind vraagt: “Waar woont Tenzin?”, dan antwoordt dat kind: “In een klooster, en ik woon in Amersfoort.” PUNT. Niets meer en niets minder. En zo’n klooster is een straat met huizen (en dat is het ook echt), net als die straat waar het kind in woont. Niets ingewikkeld gedoe.

Dus die regeltjes (bedacht door volwassenen) over wat een kind wel of niet al aankan qua woordenschat, zijn onzin! En ze werken beperkend. Hiermee onthoud je kinderen informatie, blijven zij onwetend en iedereen weet dat onbekend maakt onbemind. Dus maak dit soort termen, en ik heb het niet alleen over “klooster”, maar zeker ook “Boeddhisme” in het geval van dit boekje, bekend aan de kinderen. Leer ze erover. Dan kunnen ze (later als ze groot zijn), hun eigen conclusies trekken.